Wie zich mengt in het debat rond genderdysforie – lijden vanwege het niet overeenkomen van iemands genderidentiteit met het geslacht bij geboorte – moet niet over één nacht ijs gaan. Dat deden de opstellers van de ruim 400 pagina’s dikke Gendergids dan ook niet. Vorige week werd de publicatie vanuit de NPV en het Prof. dr. G.A. Lindeboom Instituut gepresenteerd. De gids biedt naast twee bekende routes in de genderdiscussie een derde weg.
Een gids, geen plattegrond – dat is wat dit lijvige document moet zijn, stelt redactielid prof. dr. Henk Jochemsen. “Een gids weet de weg door het landschap dat verschillende paadjes kent. Een gids zegt welke kant je uit moet en wat je in de gaten moet houden om uiteindelijk in de goede richting uit te komen.” Als emeritus hoogleraar aan de Lindeboomleerstoel beweegt Jochemsen zich op het grensvlak van (medische) ethiek en filosofie.
De gids stelt dat persoonlijke verhalen dit debat te veel bepalen. Welk risico schuilt daarin?
“Een persoonlijk verhaal zet al de toon voordat je duiding kunt geven aan een onderwerp. Geef je die duiding alsnog en op een kritische manier, dan kan dat als een persoonlijke aanval worden gezien. Kritiek op gedrag van mensen wordt tegenwoordig al snel als kritiek op hun identiteit en persoon uitgelegd.
Wij hebben ervoor gekozen om elk hoofdstuk te beginnen met een (soms uitvoerig) citaat van betrokkenen uit verschillende achtergronden. Mensen die ook allerlei keuzes maken. We gaan niet expliciet op die citaten in, maar ze werken wel als illustratie.”
Tegelijk zijn deze mensen wel het onderwerp van gesprek. Heeft dat niet iets ongemakkelijks?
“In de medische ethiek speelt casuïstiek, de bespreking van praktijkgevallen, een belangrijke rol. En als ze wordt gebruikt om te illustreren hoe je tot een ethische afweging komt, dan is dat ook nuttig en goed. Maar casuïstiek kan ook gemakkelijk sturend zijn, waardoor je bredere achtergronden en verbanden verliest. Je moet soms juist even een stapje terug doen om de problematiek in zicht te krijgen.”
Het streven naar lichamelijke of psychische gezondheid is in de christelijke medische ethiek een belangrijk, maar niet het hoogste doel, stelt de gids. Deze ethiek zoekt naar zin in situaties van gezondheid en ziekte, lijden en dood.
“In deze tijd van veel chronische en degeneratieve ziekten hebben veel mensen aandoeningen waarbij je wel verlichting kunt aanreiken, maar waarmee men moet leren leven. Er bestaat simpelweg geen oplossing voor, terwijl wij juist zo oplossingsgericht en technisch zijn gaan kijken naar ons lichaam.
Aan de Franse zestiende-eeuwse chirurg Ambroise Paré wordt vaak deze uitspraak over geneeskunde toegeschreven: ‘Guérir parfois, soulager souvent, consoler toujours.’ Dat betekent: ‘Soms genezen, vaak verlichten, altijd troosten.’ De medische ethiek denkt vaak oplossingsgericht, en daar zit een goede kant aan, want er kan ontzettend veel. Maar ook begeleiden en troosten is een hoofdtaak van de arts. Mensen zoeken een duiding van hun situatie. De arts in onze tijd is nog altijd een beetje de medicijnman van vroeger. Er zit in dat beroep iets van een priester, een genezer.”
Wat betekent dat: medicijnman zijn?
“Dat je duiding geeft aan het leven in bredere zin en dan vooral bij een ervaren nood. In Afrika gaan ook hoogopgeleide zwarte mensen eerst naar de traditionele dokter. Vanwege die duiding. En daarna zoeken ze de moderne geneeskunde op.
Veel mensen in onze cultuur zijn hiervoor bij de psycholoog of therapeut neergestreken, maar nog altijd heeft de huisarts ook deze taak en soms ook beoefenaars van complementaire geneeswijzen. Veel patiënten hebben geen ernstig medisch probleem als ze bij de huisarts langskomen. Ze hebben geruststelling nodig of hulp bij het omgaan met bepaalde niet te verhelpen klachten.”
Terug naar het onderwerp genderisme. De gids spreekt over een ‘derde weg’ naast die van ingrijpen en afwachten. Welke weg is dat?
“De genderbevestigende aanpak gaat vrij rap over tot fysieke interventies zoals puberteitsremmers en hormoontherapie. Deze benadering roept vragen op over de medische noodzaak, de onomkeerbaarheid van een behandeling en de mogelijkheid van spijt. Door een ingreep wordt het lichaam dan aangepast aan de zelfbeleving van een persoon.
De zogeheten ‘watchful waiting’-aanpak krijgt kritiek omdat afwachten het leed niet wegneemt en mogelijk leidt tot een verslechterde kans op een geslaagde transitie later.
Als alternatieve derde aanpak wordt genoemd de fenomenologische interviewtechniek. Deze aanpak richt zich op het wegnemen van andere psychische of psychosociale problemen dan genderdysforie. Uit Brits onderzoek blijkt namelijk dat jongeren die bij een kliniek aankloppen vanwege genderdysforie maar liefst tien keer vaker dan andere jongeren met seksueel geweld te maken hebben gehad. Ook heeft 42 procent van deze jongeren een verlies van een ouder ervaren vanwege scheiding of overlijden. Zij zijn niet gebaat bij een transitie, maar moeten geholpen worden bij hun andere problemen. In de meeste gevallen blijken klachten van genderdysforie dan te verdwijnen.”
Dit hoor je niet vaak terug in de media.
“Daarom is deze gids zo nodig! Al komt hier geleidelijk ook elders meer aandacht voor. Recent was een rechtszaak van een Amerikaans meisje van 16 in het nieuws die een schadeclaim toegekend kreeg van 2 miljoen dollar vanwege ingrepen voor een transitie. Ook hebben twee medische beroepsgroepen in de VS aangegeven geen hormonale interventies meer te doen onder de 19 jaar. Ze hebben daarmee de bevestigende benadering verlaten.
Wetenschappelijk bewijs voor positieve effecten op een persoon door een transitie is flinterdun; die uitkomsten zijn methodisch vaak niet deugdelijk tot stand gekomen. Anderzijds is de verwarring onder kinderen groot: alsof zij een keuze hebben tot welk gender ze behoren.”
Hoe kijkt u naar de politieke kant van deze discussie?
“Er zijn in Nederland twee wetten in behandeling: de anticonversiewet en de transgenderwet. De eerste is erop gericht dat je niet mag proberen iemand van zijn seksuele oriëntatie af te brengen. En daar zijn in het verleden ook echt fouten in gemaakt. Desondanks is deze wet overbodig en gevaarlijk, zeker omdat die ook gaat over transgenderpersonen. De wet zou kunnen gaan dwingen tot een bevestigende benadering die men in medische kringen nu juist begint te verlaten. Als de rechterlijke macht mee gaat denken in een ideologie en er casussen worden ingebracht in de rechtspraak, dan bestaat het risico dat begeleidende en pastorale gesprekken ook in die verboden hoek gaan vallen.
De transgenderwet wil het mogelijk maken voor jongeren om hun geslachtsregistratie te veranderen zonder deskundig oordeel over de ernst van iemands genderdysforie. Een wijziging hiertoe werd vorig jaar door de Tweede Kamer afgewezen.
Als je die registratie zo gemakkelijk kunt wijzigen, maak je transitie tot een recht en zet je de deur tot meer transities alleen maar wijder open. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat hierachter ideologische opvattingen schuilgaan die we in ons boek ook bespreken.”
“Er zijn twee genders: mannelijk en vrouwelijk”, zei president Trump bij zijn aantreden in 2025. Zo’n geluid vanuit de politiek zult u toejuichen.
“Strikt genomen ben ik het met die uitspraak eens. Maar ik ben heel terughoudend om Trump als kroongetuige op te roepen als het om deze materie gaat. Het is positief dat hij de sterke toename van het aantal transities bij jongeren heeft ingedamd, maar tegen de persoon van Trump en alles wat hij doet, heb ik zo veel bezwaren dat ik hem hier liever buiten houd. Met zulke vrienden heb je geen vijanden meer nodig.”
Een vuistdikke gids bewijst nog eens: het is ingewikkelde materie. Wat moeten lezers van ‘De Waarheidsvriend’ écht onthouden over dit onderwerp?
“Drie dingen. Ten eerste: het is een reëel verschijnsel onder jongeren, dus neem dit serieus. Ten tweede: veel jongeren hebben psychische problemen. Aandacht daarvoor, ook in het pastoraat in de gemeente, is van belang. Doe er niet al te geheimzinnig over en geef deze jongeren erkenning. Als zij over hun problemen kunnen praten en begrip ontvangen, maar ook ondersteuning van het gender waarin ze zijn geboren, dan geef je een belangrijke zet in de goede richting. Ten derde: heb oog voor de ideologie in onze samenleving die tegen de scheppingsorde ingaat, tegen de orde van mannelijke en vrouwelijke seksualiteit. We moeten erop bedacht zijn dat deze ideologie bestaat én tegelijk opletten dat we alle problematiek rond genderisme niet van tafel vegen als verzet tegen de Heere God. Dan doen we geen recht aan de beleving van de mensen die ermee te maken hebben.
Die hele focus op ‘zijn wie je ten diepste bent’ vanuit de gedachte dat je een kernidentiteit hebt die onveranderbaar is, en dat je je lichaam daarop kunt aanpassen, daar is geen enkel wetenschappelijk bewijs voor. Sterker nog: er is meer bewijs voor het omgekeerde: je beleefde identiteit is veranderlijk, je sekse is dat niet echt. Houd dat voor ogen in contact met jongeren die ermee worstelen. Vanuit de wetenschap dat leven met God ons niet behoedt voor allerlei problemen, maar ons wel duidelijk de weg wijst.”