Waarom raakte het negentiende-eeuwse Reveil zo gefascineerd door Israël? Achter de vernieuwingsbeweging schuilde een brandend verlangen om de tekenen der tijden te verstaan, gevoed door politieke onrust en herleefde aandacht voor Bijbelse profetie.
Het Reveil is de benaming van de belangrijkste christelijke vernieuwingsbeweging in de negentiende eeuw en omvat zowel Europa als Noord-Amerika. De Oostenrijkse kerkhistoricus Ulrich Gäbler ziet het gemeenschappelijke karakter van de beweging “als antwoord op de verlichting met haar gevolgen voor kerk en maatschappij”.
Als belangrijk kenmerk van deze stroming noemt Gäbler het profetisch motief. De onrustige gebeurtenissen rond de Franse Revolutie en de ingrijpende politieke, maatschappelijke en religieuze gevolgen daarvan leidden tot een hernieuwde interesse in de Bijbelse Apocalyps. Veel mensen raakten ervan overtuigd dat het Rijk van God nabij was. Chiliastische verwachtingen bloeiden op en namen vooral twee vormen aan: een pre-chiliastisch en een post-chiliastisch concept.
Het eerste concept keek heel pessimistisch naar de toekomst van de kerk. De komende oordelen over de wereld moesten de ware gelovigen voorbereiden op de wederkomst van Christus. Grootschalige opwekking vóór die wederkomst werd dan ook niet verwacht. Pas na Christus’ terugkeer zou Israël tot bekering komen en zou een duizendjarig vrederijk aanbreken onder een persoonlijke regering van Christus op aarde. De post-chiliasten verwachtten een duizendjarig vrederijk vóór de komst van Christus. De bekering van Israël zou dan plaatsvinden vóór het millennium.
Het ging hem niet zozeer om de enkele Jood, maar om de Joodse gemeenschap
Pionier
Een belangrijke verdediger van de pre-chiliastische visie die in Engeland en Schotland veel invloed had, was de Schotse predikant Edward Irving (1792-1834). In zijn tijd was hij een pionier op het gebied van de studie van onvervulde Bijbelse profetieën. De hernieuwde aandacht voor deze verwachting kwam eerst in Engeland tot bloei en sloeg van daaruit over naar Schotland. Vooral Irvings lezingen in Edinburgh over de toekomst van Israël maakten diepe indruk. Zijn pre-chiliastische overtuiging vond in Schotland navolging, onder anderen bij de broers Andrew (1810-1892) en Horatius Bonar (1808-1889).
In de visie van Irving neemt de wederkomst van Christus en de bekering van Israël een centrale plaats in. Irving vertaalde een boek van de bekeerde Jood Juan J. Ben-Ezra en voorzag het van een inleiding van tweehonderd bladzijden. Dit werk, The Coming of Messiah in Glory and Majesty (1827), kreeg in Reveilkringen veel aandacht. Ook in Nederland.
Herstel
Niet alleen in Schotland was er aandacht voor de positie en toekomst van het Joodse volk. Historicus Maria Kluit noemt Israël zelfs “het knooppunt van het internationale Reveil”. Ze beschrijft hoe de Geneefse Reveilman Louis Gaussen (1790-1863) op 12 maart 1843 een rede hield getiteld ‘De Joden eindelijk het Evangelie verkondigd en zij werden hersteld’, waarin hij liet zien hoe in zijn eeuw de houding tegenover het Joodse volk in verschillende Europese landen positief was veranderd. Volgens Gaussen kon het herstel van de Joodse natie dan ook niet meer ver weg zijn.
Volgens Kluit speelde het Frans-Zwitserse stadje Neuchâtel “een belangrijke rol in het werk voor Israël”. Zij doelt daarbij vooral op de uit die plaats afkomstige Abraham François Pétavel (1791-1870). Hij onderscheidde zich niet alleen door een intense liefde voor het Joodse volk, maar gaf hieraan inhoud door daden van liefde. Zo bezocht hij samen met zijn zonen tal van synagogen in Zwitserland, in Noord- en Zuid-Frankrijk, in Engeland en in Amsterdam. Er werd naar hem geluisterd, want het gesprek geschiedde “vanuit een eerbiedig, liefdevol hart”. Binnen de Reveilbeweging had hij grote invloed om met liefde en verve de evangelisatie onder Joden op te pakken. “Het herstel van een herboren Israël was voor Pétavel geen eschatologisch visioen, maar een werkelijke gebeurtenis in de tijd. Het ging hem niet zozeer om de enkele Jood, maar om de Joodse gemeenschap. De synagogen in hun geheel moesten in kennis worden gesteld van de redding, van het behoud en van het heil in Christus”, aldus Kluit.
De liefde voor Israël was een integraal onderdeel van de Reveilbeweging
Bidstonden
Ook de Nederlandse Reveilman Abraham Capadose (1795-1874) werd door Pétavel geïnspireerd. Deze Messiasbelijdende Jood wees in Reveilkringen op de noodzaak van zending onder Israël. Hij deed dit samen met Isaäc da Costa (1798-1860), eveneens een Messiasbelijdende Jood. In eerste instantie werd Amsterdam uitgekozen als centrum voor de zendingsactiviteiten. Daar woonde 90 procent van de populatie van ruim 20.000 Joden in Nederland.
Op initiatief van Capadose werd in 1834 een kring in de hoofdstad in het leven geroepen om voor de bekering van de Joden te bidden. De Zwitserse Reveilman Pétavel had hem hiertoe aangespoord. Hij had Capadose al in 1831 voorgesteld om op een bepaald uur in de week voor de bekering van Israël te bidden. In een gezelschap in Scherpenzeel dat Capadose toen leidde, werd de woensdagmorgen van 11 tot 12 uur hiervoor besteed. De genoemde gebedskring in Amsterdam werd gevolgd door een soortgelijke kring in Den Haag. De kringen werden in particuliere huizen gehouden. De belangstelling hiervoor viel Capadose tegen.
Behalve door zijn ontmoetingen met Pétavel in Zwitserland werd Capadose ook door contacten in Schotland aangespoord om in Nederland met openbare bidstonden te beginnen. Toen hij in 1846 van zijn reis naar Schotland terugkwam, begon hij samen met Da Costa in Amsterdam samenkomsten te houden. Tot dan toe werden de bidstonden alleen in particuliere huizen gehouden. In een geschrift dat hij in 1847 liet drukken, lezen we: “Mijn ondervindingen in Schotland van hetgeen christelijke ijver en liefde met onverzettelijk geloofsvertrouwen op de beloften van God vermogen, hadden in mij dat verlangen vermeerderd en aangevuurd.”
"*" geeft vereiste velden aan